De gezondheidsraad ziet nu ook in dat het blauwe licht dat uit beeldschermen schadelijk is voor de ogen en gezondheid.
 
 
Onderwerp
 
: Briefadvies Gezondheidsrisico’s van leds
 
Ons kenmerk : U-8303/EvV/tvdk/789-B1 Publicatienr. 2015/02
Bijlagen : 1  
Datum : 27 januari 2015  

Geachte staatssecretaris,

Een belangrijke pijler van het milieubeleid in Nederland is de toepassing van energiezuinige technologie. De gloeilamp werd vervangen door de spaarlamp, de spaarlamp op zijn beurt weer door de ledlamp. Daarnaast zijn beeldschermen met ledtechnologie gewoon geworden. Het is al langer bekend dat licht de centrale biologische klok van mensen kan verstoren en zo ongunstige effecten op hun gezondheid en welbevinden kan hebben. De laatste tijd zijn er aanwijzingen dat ledlicht dit sterker doet dan licht uit andere bronnen. Behalve het kunstlicht zelf is ook het patroon van kunstlichtgebruik veranderd, als gevolg van flexibele werktijden en meer recreatief gebruik van beeldschermen. Op dit moment valt niet te zeggen of veelvuldige blootstelling aan ledlicht van verlichting en beeldschermen bijdraagt aan het ontstaan van oogschade. Uit het oogpunt van voorzorg verdienen de gezondheidsrisico’s van blootstelling aan ledlicht meer aandacht. Dit briefadvies verwoordt de visie van de Commissie Signalering gezondheid en milieu. Het is beoordeeld door de Beraadsgroep Gezondheid en omgeving, één van de vaste colleges van deskundigen van de raad.
 
Leds worden meer en meer toegepast
Vanwege hun levensduur en energiezuinigheid worden leds meer en meer toegepast, op zowel verlichtings- als ICT-gebied. Lampen met ledtechnologie worden in toenemende mate in de openbare ruimte en door consumenten gebruikt.1,2 Een extra pré is dat ze aan het eind van hun leven geen kwikafval opleveren, zoals spaarlampen doen. Leds zijn ook in opmars in beeldschermen voor computers en televisies, ter vervanging van TFT- en plasmaschermen. De levensduur en energiezuinigheid van de ledschermen speelt hierbij een rol, maar ook hun betere beeldkwaliteit en dunnere uitvoering. Verder is de populariteit van mobiele ICT- en communicatieapparaten als tablet en smartphone snel groeiende.3 De technologie van ledbeeldschermen wordt voortdurend gemoderniseerd. In deze vernieuwingstrend lopen de beeldschermen van mobiele apparaten voorop.

De blootstelling aan ledlicht neemt toe
Waarschijnlijk neemt de blootstelling van mensen aan kunstlicht in het algemeen en aan ledlicht in het bijzonder in de toekomst verder toe. Niet alleen worden er steeds meer lampen en beeldschermen op basis van ledtechnologie verkocht, maar ook worden deze producten met elke generatie lichtsterker. Bovendien brengen mensen steeds meer tijd voor een beeldscherm door, niet alleen thuis, maar ook onderweg en op het werk. Mede door flexibele werktijden en meer beeldschermgebruik bij de besteding van hun vrije tijd doen zij dit bovendien vaker in de donkere avonduren dan voorheen. Ruwweg tekenen zich twee patronen van blootstelling aan kunst- en ledlicht af: achtergrondblootstelling afkomstig van verlichting binnen en buiten en rechtstreekse inval in het oog van licht uit beeldschermen van tv’s, computers, tablets en smartphones.

Ledlicht heeft andere samenstelling
Door de moderniseringen op verlichtings- en ICT-gebied is de samenstelling van het uitgestraalde licht veranderd. Wit licht is een mengsel van verschillende kleuren licht. Een witte gloeilamp zendt relatief weinig licht uit in het blauwe deel van het emissiespectrum, terwijl het licht van ledlampen waarvan het licht ook als wita wordt waargenomen, daar een hogere emissie heeft.4 Bij spaarlampen is het emissiespectrum grilliger. De toepassing van leds in beeldschermen heeft een extra toename van blootstelling aan licht uit het blauwe deel van het spectrum tot gevolg gehad. Dus met de geschetste moderniseringen is de blootstelling van mensen aan blauw licht toegenomen. De meeste mensen beseffen dit niet, omdat het niet opvalt. Het wordt pas zichtbaar als de verschillende typen wit licht direct worden vergeleken.

De biologische klok regelt fysiologische processen en gedrag
Licht heeft invloed op de centrale inwendige biologische klok van mens en dier. Deze biologische klok zorgt voor een cyclisch verloop van talrijke fysiologische en gedragsprocessen. Hiertoe behoren de hartslag, hormoonsecretie, lichaamstemperatuur en cyclus van slapen en waken. De biologische klok wordt aangestuurd door een klein gebied in de hersenen, de nucleus suprachiasmaticus. Deze kern werkt autonoom, maar kan door factoren van buitenaf worden beïnvloed. Van deze factoren is licht de voornaamste. Het aardse licht-donkerritme houdt de cyclus van de klok op 24 uur.Bij het cyclische verloop van veel van de bovengenoemde variabelen is het hormoon melatonine betrokken. Normaal wordt de melatonineproductie overdag onderdrukt en stijgt de melatoninespiegel in de avond en de nacht, terwijl mensen dan ook slaperig worden. Aan dit laatste dankt het zijn bijnaam ‘slaaphormoon’. Een eenvoudig oorzakelijk verband tussen licht en
melatonineproductie is er niet, want licht ’s avonds laat en ’s nachts leidt tot onderdrukking van de melatonineproductie, maar donker overdag maakt mensen slaperig zonder dat hun melatoninespiegel stijgt. Het tijdstip waarop de melatoninespiegel piekt wordt veel gebruikt om te bepalen hoe iemands klok is afgesteld: er zijn ochtend- en avondmensen. De afstelling van de klok verandert onder invloed van de seizoenen en gedurende het leven. In de winter verschuift de slaap naar iets vroeger, waarschijnlijk door de combinatie van langere nachten, latere zonsopkomst en minder licht in zijn geheel. Tijdens de ontwikkeling van kind naar volwassene verschuift hij naar later, waarna hij bij senioren weer terugschuift.
Er is veel onderzoek gedaan naar het werkingsmechanisme van de biologische klok  Een van de belangrijke inzichten die dit heeft opgeleverd, is dat bij sommige geneesmiddelen het tijdstip van inname of toediening bepaalt hoe goed het middel werkt.

Kunstlicht kan de biologische klok verstoren
Door ’s avonds kunstlicht te gebruiken zetten mensen hun biologische klok achteruit. Dat blijkt uit een vertraagde stijging van de melatoninespiegel. Blauw licht met golflengtes tussen de 440 en 480 nm heeft het grootste effect. Dat maakt mensen bovendien het meest alert. De verstoring van de biologische klok wordt ervan verdacht uiteenlopende gevolgen te hebben. Op de korte termijn zijn dat een kortere slaap, verminderde aandacht en een grotere kans op ongevallen. Op de lange termijn draagt verstoring mogelijk bij aan het ontstaan van kanker, obesitas, hart- en vaatziekten en psychische aandoeningen. Chronische ontregeling van de klok speelt bijvoorbeeld bij mensen die langdurig in ploegendienst werken en bij cabinepersoneel van luchtvaartmaatschappijen dat regelmatig jetlag ondervindt door intercontinentale vluchten. De Gezondheidsraad bereidt een apart advies voor over de invloed van onregelmatige werktijden op de gezondheid van werknemers.
 
Ledtechnologie levert onbedoeld een bijdrage
Als gevolg van het grotere aandeel blauw licht kunnen witte ledlampen een groter effect op de biologische klok en de alertheid hebben dan witte gloei- en spaarlampen. Daardoor brengt het groeiende marktaandeel van ledverlichting mogelijk onbedoeld een verdere verstoring van de biologische klok met zich mee. Ook buitenlandse en EU-instanties wijzen op de nadelige effecten die kunstlicht in het algemeen en licht van ledlampen in het bijzonder op de biologische klok kunnen hebben. De toenemende populariteit van beeldschermen op basis van ledtechnologie maakt het plausibel dat zich bij beeldschermen iets overeenkomstigs voordoet.

Laat beeldschermgebruik verstoort de biologische klok
Verscheidene recente onderzoeksbevindingen bevestigen dat blauw achtergrondlicht ’s avonds de biologische klok achteruit kan zetten en mensen alerter en langer wakker kan houden. Voor het eerst is ook onderzoek gedaan naar de gevolgen van rechtstreekse lichtinval in het oog. Vijf uur werken aan een computer met ledbeeldscherm vertraagde het stijgen van de melatoninespiegel en maakte de proefpersonen minder slaperig en beter geconcentreerd dan vijf uur werken aan een computer met een beeldscherm zonder leds. Het ledbeeldscherm gaf
ruim tweemaal zoveel blauw licht af als het beeldscherm zonder leds. Verder veroorzaakte twee uur werken met een tablet een lagere melatoninespiegel dan twee uur werken met de tablet waarbij bij dat werk een bril werd gedragen die geen blauw licht doorlaat. Extra blauw ledlicht versterkte de verlaging van de melatoninespiegel. Ten slotte bleek het uit te maken of mensen voor het slapen gaan een gewoon boek lezen, of een elektronisch boek op een tablet. In het laatste geval steeg de melatoninespiegel later. Ook sliepen de proefpersonen later in en waren ze de volgende morgen minder alert. De lichtsterkte van de tablet stond op maximaal ingesteld, terwijl het uitgestraalde licht rijk was aan blauw. Beeldschermgebruik lijkt dus effecten op de biologische klok en de alertheid te hebben die overeenkomen met die van (blauw) achtergrondlicht.
 
De sociale klok spoort niet met de biologische klok
De sociale klok in onze maatschappij wordt in belangrijke mate bepaald door werktijden. Avondmensen slapen in het algemeen op werkdagen te kort en moeten de gemiste slaap in het weekend inhalen. Ochtendmensen komen slaap te kort wanneer ze ’s avonds lang opblijven. In dat geval stijgt hun melatoninespiegel vertraagd, zijn ze ’s morgens minder fit en moeten ze in het weekend slaap inhalen. Daardoor gaat hun fysiologie lijken op die van avondmensen. Naast werktijden bepalen ook school- en collegetijden voor veel mensen de sociale klok. Sterke, langdurige verstoring van de biologische klok treedt onder meer op bij de eerder genoemde ploegendienst. Een andere bekende oorzaak van verstoring van de biologische klok is de jaarlijks terugkerende, tijdelijke invoering van de zomer- en wintertijd. De discrepantie tussen sociale en biologische klok heeft in veel gevallen een chronisch karakter en staat bekend als sociale jetlag, naar analogie van de voorbijgaande ontregeling van de biologische klok na een vliegreis tussen verschillende tijdzones.

Ledtechnologie vergroot het verschil tussen sociale en biologische klok
Bij veel mensen is het verschil tussen sociale en biologische tijd ongemerkt gegroeid. Dat komt door maatschappelijke veranderingen als de flexibilisering van werktijden, stimulansen om thuis te werken en de mogelijkheden om op elk uur van de dag tv-uitzendingen en films te bekijken. De groei van het verschil tussen sociale en biologische tijd is mede mogelijk gemaakt door de moderniseringen die zich op verlichtings- en ICT-gebied hebben voorgedaan. Toenemend gebruik van verlichting en beeldschermen, met een stijgend aandeel van ledlampen en -beeldschermen, in de donkere uren zal het verschil waarschijnlijk verder doen toenemen. In een eerder advies heeft de Gezondheidsraad al eens geconstateerd dat het werken met beeldschermen gevarieerder is geworden, maar dat inzicht ontbreekt in de gezondheidseffecten hiervan. In hoeverre de biologische klok verstoord raakt, wordt vermoedelijk primair bepaald door het patroon van blootstelling aan licht in het algemeen. De toepassing van ledtechnologie kan een aanvullend effect hebben. Het stijgende aandeel van ledtechnologie in verlichting en beeldschermen verdient daarom meer aandacht. De lange levensduur van de producten, die gunstig is vanuit het perspectief van duurzaamheid, heeft ook een keerzijde: het duurt relatief lang eer verkochte producten worden afgedankt en vervangen door nieuwere types die licht uitstralen met een kleiner aandeel blauw. De biologische klok kan zich tot op zekere hoogte aanpassen aan een andere lichtsituatie. Het is echter onduidelijk welke betekenis dit heeft voor de gezondheid en het welbevinden van mensen bij wie de biologische klok gedurende langere tijd ontregeld is.
 
Blootstellingsmetingen zijn zinvol
Er is verhoudingsgewijs weinig aandacht voor het licht dat beeldschermen van tv’s en andere consumentenelektronica afgeven. Vanwege de rechtstreekse lichtinval in het oog verdient dat licht meer aandacht. Over de mate waarin mensen via consumentenelektronica zijn blootgesteld aan ledlicht met een groter aandeel blauw is weinig bekend. Daarom zijn meer gegevens nodig over het lichtspectrum en de lichtintensiteit van de beeldschermen in deze producten. Ook is meer inzicht vereist in de gebruikspatronen en de daarin te verwachten veranderingen. Die informatie is nodig voor een goede beoordeling van de mate waarin de trends op verlichtings- en ICT-gebied de discrepantie tussen sociale en biologische klok vergroten.

Ledlicht kan bewust worden ingezet
Met herhaalde blootstelling aan extra kunstlicht, al dan niet afkomstig uit leds, kan bij daglicht een effect op de biologische klok worden bereikt dat niet verstorend is, maar juist gunstig. Kunstlicht kan mensen wakker houden en ze alerter maken en beter in staat om cognitieve prestaties te leveren. Dat is overdag doorgaans gewenst. Daarnaast kan met extra (blauw) licht overdag het welzijn van avondmensen worden verbeterd. Door ze direct na het opstaan korte tijd bloot te stellen aan extra blauw achtergrondlicht kan hun biologische klok naar een vroeger tijdstip worden geschoven. Dat blijkt uit een vervroegde start van de melatoninestijging ’s avonds. Ze krijgen ook minder last van slaperigheid overdag. Een tweede mogelijke toepassing is behandeling van seizoensgebonden depressie en winterdip, door iemand met deze klachten ’s morgens korte tijd van dichtbij in een speciaal voor dit doel ontwikkelde lamp te laten kijken. Op het gebied van de arbeidsomstandigheden tekenen zich eveneens mogelijkheden voor toepassing af. Er zijn namelijk aanwijzingen dat mensen zich met extra (blauw) licht tijdens het werk overdag prettiger, alerter en minder moe voelen. Tot slot zijn er collectieve toepassingen met gunstige effecten. Zo kan ledlicht in openbare verlichting, door zijn grotere lichtsterkte en aandeel blauw, een gunstig effect hebben op zicht en alertheid van mensen, en daarmee verkeersdeelname veiliger maken.

Te sterk licht kan het oog beschadigen
Naast verstoring van de biologische klok kan licht nog een ander ongewenst effect hebben: oogschade. Door korte tijd in sterk licht (van de zon of van een kunstmatige bron) te kijken kan iemands netvlies beschadigd en gezichtsvermogen aangetast raken. Blauw licht is het schadelijkst, vandaar de naam ‘blauw licht-schade’.
Mede daarom wordt langdurige blootstelling aan minder intens blauw licht ervan verdacht een rol te spelen bij het ontstaan van oogaandoeningen. Dit geldt in het bijzonder voor de zogeheten leeftijdgebonden maculadegeneratie, waarbij het centrale deel van het netvlies is aangetast. Deze aandoening is onomkeerbaar, treft vooral ouderen en is een belangrijke oorzaak van blind- en slechtziendheid. De epidemiologische aanwijzingen voor een rol van langdurige blootstelling aan zon- en kunstlicht bij het ontstaan van leeftijdgebonden maculadegeneratie zijn echter mager. Voor een bijdrage van de blauwe component van het licht zijn deze indicaties nog beperkter. Naar schatting zal het aantal Nederlanders met oogaandoeningen in 2020 vermoedelijk met 43 procent gestegen zijn ten opzichte van 2007. Een specifieke prognose voor leeftijdgebonden maculadegeneratie ontbreekt, maar uit het oogpunt van voorzorg is het verstandig om aan te nemen dat zich ook daar groei bij zal voordoen. Voor een deel valt de toename van oogaandoeningen te verklaren uit de steeds hogere leeftijd die mensen bereiken. Mogelijk draagt er bij leeftijdgebonden maculadegeneratie ook stijgende blootstelling aan ledlicht aan bij.

Veiligheidsnormen zijn extra reden voor onderzoek naar rol ledlicht
Consumentenproducten moeten volgens een algemene richtlijn van de EU veilig zijn voor de gebruiker. Voor verlichting is deze eis nader uitgewerkt in een vervolgrichtlijn. Om oogschade te voorkomen zijn bovengrenzen gesteld aan de lichtsterkte, waarbij rekening is gehouden met de samenstelling van het uitgestraalde licht. Aan de richtlijn ligt een internationaal breed aanvaarde wetenschappelijke analyse ten grondslag. Die komt in grote lijnen overeen met het eerdergenoemde Gezondheidsraadadvies uit 1993.34 In dat advies heeft de Gezondheidsraad een lichtsterkte afgeleid voor kortdurende blootstelling (gedurende één etmaal) waar beneden geen retinaschade te verwachten valt. Ook geeft hij aan hoe rekening kan worden gehouden met de samenstelling van het licht. Voor langdurige blootstelling ontbraken de gegevens om een overeenkomstige analyse te maken. Verscheidene internationale adviescommissies hebben destijds in grote lijnen overeenkomstige conclusies getrokken en één hiervan heeft een aanvullend advies gepubliceerd. Een internationale commissie op het gebied van de elektrotechniek heeft de adviezen vertaald in criteria en methodes om van kunstlichtbronnen te beoordelen of het uitgestraalde licht veilig is voor de ogen. Deze zijn vervolgens in de bovengenoemde EU-regelgeving opgenomen. De bovengrenzen voor de lichtsterkte berusten echter op gegevens over de gevolgen van kortdurende blootstelling (gedurende één etmaal), omdat gegevens over die van langdurige blootstelling ontbreken. De hieruit voortvloeiende onzekerheid is in de getallen verdisconteerd. De hiaten in de wetenschappelijke gegevens zijn de afgelopen decennia blijven bestaan.
Wellicht is het ook niet mogelijk ze in de nabije toekomst te vullen. Dit is een extra argument voor nader onderzoek naar de risico’s van veelvuldige blootstelling aan blauw licht uit witte ledverlichting en aan het licht van ledbeeldschermen.

Conclusies en aanbevelingen

De geschetste maatschappelijke en technologische ontwikkelingen hebben invloed op de biologische klok van mensen. Daarmee kunnen ze onbedoelde en niet onderkende gevolgen hebben voor hun gezondheid en welbevinden. De effecten zijn niet voor iedereen hetzelfde. Plausibel is dat de effecten voor een deel chronisch zijn, of kunnen worden. Te denken valt aan stress, moeheid, slaaptekort en slapeloosheid. In welke mate dit in de Nederlandse samenleving het geval is, of zal zijn, valt op grond van de beschikbare gegevens niet te zeggen. Naar deze gevolgen is uit het oogpunt van voorzorg meer onderzoek nodig. In een RIVM-rapport dat binnenkort verschijnt wordt deze aanbeveling nader uitgewerkt. De wijdverbreide toepassing van leds in verlichting en beeldschermen heeft de blootstelling aan wit licht met meer blauw dan voorheen doen toenemen. De aanwijzingen dat van dit licht een sterkere verstorende werking op de biologische klok uitgaat dan van licht dat arm is aan blauw, waren tot voor kort alleen afkomstig uit onderzoek met verlichting als lichtbron. Daar zijn nu enkele rechtstreekse aanwijzingen bij gekomen uit onderzoek bij vrijwilligers die ledbeeldschermen gebruiken om te werken of te lezen op een voor de biologische klok ongunstig tijdstip van de dag. Hoewel ook buitenlandse en EU-instanties wijzen op de nadelige effecten op de biologische klok van kunstlicht in het algemeen en licht van ledlampen in het bijzonder, bezien zij deze effecten niet in een breder perspectief. Zo houden zij nauwelijks of geen rekening met de ontwikkelingen op ICT-gebied, noch met de veranderende leefpatronen in de samenleving, die eveneens van invloed zijn op de biologische klok. De commissie acht nadere beleidsaandacht voor leds en hun toepassingen raadzaam, met inachtneming van deze bredere maatschappelijke context.
 
Dankzij het inzicht in de werking van de biologische klok wordt duidelijk dat het verschil tussen sociale en biologische tijd met maatwerk op individuele basis kan worden verkleind. Dit gebeurt wanneer iemand kan werken en ontspannen op tijden die gunstiger zijn voor zijn biologische klok. Het resultaat is dan positief: meer alertheid op momenten dat dit wenselijk is, meer slaap en minder sociale jet lag.
Of veelvuldige blootstelling aan ledlicht via verlichting en beeldschermen bijdraagt aan het ontstaan van netvliesschade, of deze in bestaande gevallen verergert, valt op dit moment niet te zeggen. Gezien de hoge vlucht die de toepassing van leds heeft genomen en naar verwachting zal blijven nemen, is het verstandig om hier uit voorzorg onderzoek naar te laten doen.
De technologische ontwikkelingen op het gebied van verlichting gaan reeds in de goede richting. Zo zijn er inmiddels witte ledlampen op de markt die licht met een kleiner aandeel blauw afgeven dan de eerste generaties van deze lampen. Ledverlichting heeft echter een lange levensduur, waardoor reeds verkochte lampen met een relatief groot aandeel blauw waarschijnlijk nog wel een tijd zullen worden gebruikt. Bij beeldschermtechnologie krijgt het verband tussen de samenstelling van het uitgestraalde licht en de biologische klok van de gebruiker nog relatief weinig aandacht. Op afzienbare termijn zijn echter de eerste beeldschermen te verwachten
waarvan het uitgestraalde licht minder blauw bevat.
Hoewel de technologische ontwikkelingen snel gaan, bestaat er niettemin gelegenheid om ze in goede banen te leiden, door de positieve kanten van de ledtechnologie te benutten en de negatieve te beperken. De overheid doet er verstandig aan om de ontwikkelingen goed te begeleiden. Dat zou zij kunnen doen door de industrie te vragen om lampen en beeldschermen met (nog) gunstiger lichtspectra te ontwikkelen en de lampen te voorzien van labels waarop staat voor welk doel ze geschikt zijn (bijvoorbeeld voor verlichting van de slaapkamer). Ook is het raadzaam om burgers voor te (laten) lichten over de potentiële invloed die licht in het algemeen, en ledlicht
in het bijzonder, op hun biologische klok kan hebben, en daarmee op hun gezondheid en welbevinden, zodat zij de mogelijkheden kunnen benutten om daar in hun gebruik van de verschillende lampen en beeldschermen rekening mee te houden, in de privésfeer en op het werk. Vanwege de arbeidsomstandigheden geldt hetzelfde voor werkgevers. Denk bijvoorbeeld aan nachtelijk beeldschermwerk. Deze aanpak is zinvol, omdat ledlampen en -beeldschermen een lange levensduur hebben. Aangezien er relatief weinig bekend is over het lichtspectrum en de lichtintensiteit van tv- en computerbeeldschermen en over het gebruikspatroon, beveelt de commissie aan hier nader onderzoek naar te laten doen. Wellicht is een rol weggelegd voor software die de kleur en intensiteit van het licht van een beeldscherm aanpast aan het uur van de dag. Dergelijke software bestaat reeds, maar geniet nog weinig bekendheid.

Ik onderschrijf de conclusie en het advies van de commissie. Ze zijn relevant voor de gezondheid en het welbevinden van burgers, in hun vrije tijd en op hun werk. Consumentenproducten spelen hier een belangrijke rol. Daarom heb ik dit briefadvies ook aangeboden aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de minister van Economische Zaken.
 
 
Met vriendelijke groet,
 
prof. dr. J.L. Severens, vicevoorzitter Gezondheidsraad

Bron publicatie http://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/201502_leds.pdf


Geen producten aanwezig